top of page

Angstcultuur: Luieruitslag op het werk en in de kerk

Foto van schrijver: Kees Postma
Kees Postma
4 dagen geleden
3 minuten om te lezen

De Nederlandse werkplek lijkt tegenwoordig bestierd te worden door draken met zeven staarten. Met vlammende tongen uit hun opengesperde bekken verschroeien ze millennials en Gen-Z'ers met hun autoritaire houding en woorden. Althans, als je het hedendaagse werknemerscollectief mag geloven. Matthijs van Nieuwkerk blijkt slechts een exponent van een veel groter probleem. Van Bert Huisjes bij het mediahuis van WNL tot de heilige huisjes binnen de PKN, waar ook jarenlange sociale onveiligheid werd ervaren: de onderzoeksrapporten zijn niet aan te slepen. Is er werkelijk zoveel veranderd binnen het hedendaagse leiderschap of kan het zijn dat de huidige generatie zich wel heel snel onveilig voelt in werk en kerk? Begrijp me niet verkeerd: wie als leidinggevende bewust mensen sloopt of intimideert, verdient de uitgang. Maar trekken we niet veel te snel conclusies tegenwoordig?


In mijn tijd in het buitenland dook ik met plezier en regelmaat met een goede vriend de pub in. Steevast moest hij eerst nog even langs de lokale kruidenier voor billenzalf. Hij was net vader geworden en hij vertrouwde mij toe dat ze het kroost, bij elke verschoning, preventief voorzagen van een fikse laag Sudocrem. ā€˜Mocht er ooit luieruitslag ontstaan, dan zit het er alvast op en heeft ze geen centje pijn,’ vertrouwde hij mij monter toe. Hij kocht altijd een pot billenzalf ter grootte van een fikse emmer die binnen een week op was. Ik was trouwens blij dat de mannen in de kroeg nooit ontdekten dat wij, samen na een paar Guinness, de duisternis opzochten met een grote pot billenzalf. Dat kan slecht uitpakken voor je reputatie.


Vanaf dat moment zag ik voor mij hoe er een billenzalfgeneratie zou ontstaan die nooit eens luieruitslag, tegenwind of andere narigheden zou ervaren. Een groep prinsen en prinsessen wier eigenaardigheden tot hun achttiende levensjaar door hun ouders toegeschreven zouden worden aan de schuld van anderen, hoogsensitiviteit of iets anders buiten henzelf.


Nu is het moment gekomen dat de billenzalvers hun plek proberen te vinden in de grotemensenwereld en de term angstcultuur goed gedijt. Een wilde kantoorjungle, een schaftkeet of een praktijkruimte vol schurende meningen brengt discomfort. Daar stinkt het naar het echte leven en haalt men de neus op voor de naar lavendel geurende zalf van preventie.


Voor je denkt dat ik mijzelf verheven voel boven deze wiebelige millennials en Gen-Z'ers, kan ik je zeggen dat ik zelf ook grote moeite had met mijn eerste tegenwind. Op mijn eerste serieuze werkplek had ik een baas die tegenwoordig omschreven zou worden als het prototype van de ā€˜witte, boze man’. Hij kon ontploffen bij een kleine fout en je duizend gulden contant toestoppen wanneer je iets goed had gedaan. Ik wist niet beter. Dat soort voetbaltrainers was ik ook al tegengekomen, of teamleiders bij mijn bijbaan. Geen haan die daarnaar kraaide. Niemand ervoer een angstcultuur. Je wist allemaal dat gelijk hebben en gelijk krijgen twee verschillende dingen zouden blijven en dat herders ook slechts schapen waren met hun onhebbelijkheden. Wie nu boven op de apenrots zit moet constant zijn keutel intrekken omdat de dreiging van een anonieme melding als een zwaard van Damocles altijd aanwezig is.


Het ware probleem zit hem volgens mij dan ook niet zozeer bij de vermeende autoritaire houding van de hedendaagse leiders, maar bij het incasseringsvermogen van hen die nooit gewend zijn geweest dat het leven niet om hen draait. De tijd van dapperheidsdiploma’s bij je eerste prikje, een cadeautje toen je voor het eerst een ontlastende verklaring aflegde op het toilet in plaats van in je pamper en de classificatie meerkunner omdat je in de klas toevallig een keer een som oploste, is voltooid verleden tijd.


Waar ik Ʃcht bang voor ben, is de dag dat deze generatie zelf aan het roer komt te staan. Dat we een crisis moeten bezweren, een land moeten besturen of een organisatie door zwaar weer moeten loodsen met een leidinggevende die bij de eerste tegenslag preventief ziek thuiszit met luieruitslag. Die angst is met geen zalf weg te nemen.



Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


bottom of page