Jesse Duplantis komt naar Nederland
Bijgewerkt op: 26 aug
Vandaag komt Jesse Duplantis, met zijn eigen privé vliegtuig Nederland en zichzelf verrijken met zijn aanwezigheid. Hij zal spreken op de Greater Faith Conference. Een paar jaar terug schreef ik een kort verhaal dat zomaar eens akelig actueel kan worden de komende dagen. Over een fictieve genezingsdienst in Ahoy, een klein ziek meisje en waar échte hulp vandaan komt. Lees hier uit mijn wonderlijke dagboek.
28 april
Wat moet ik zeggen na een dag als deze? Een illusie armer en een ervaring rijker is misschien nog wel de beste samenvatting. Na vandaag begrijp ik de betekenis van de
uitdrukking ‘ergens van genezen zijn’. Ik begrijp haar niet alleen, ik voel haar ook diep vanbinnen. Ik zou alleen al over deze dag een heel dagboek kunnen schrijven, maar
ik hou het bij de hoofdlijnen.
De spanning is onderweg al te snijden. Marjolein geeft aan dat ze zich voelt zoals tijdens de ritjes naar het UMC in Groningen wanneer er weer scans besproken moesten worden. Of de ritjes naar Utrecht voor een nieuwe behandeling: leven tussen hoop en vrees. De vraag hoeveel gif je iemand kunt toedienen om beter te worden. De kleine heeft best een goede dag vandaag en zingt zelfs naar hartenlust mee met een cd van Elly & Rikkert, die Johan zonder klagen op repeat heeft gezet.
Ruim op tijd staan we voor de poorten van poptempel Ahoy, in afwachting van een geopende deur. Je merkt op zo’n moment dat tijd relatief is. Een uur voetbal kijken is
toch een stuk korter dan een uur lang in de rij moeten staan met een groep mensen bij wie een mix van verwachtingen, wanhoop en sensatiezucht door de aderen giert.
Eenmaal binnen worden we met z’n allen in een soort trechter geleid, zodat we de inschrijftafels niet kunnen ontwijken. Johan en Marjolein krijgen vragen over de
kleine Salomé. Vragen over de officiële diagnose, of ze het de hele avond zou kunnen volhouden, dat soort dingen. Nadat de organisatie de nodige informatie tot zich heeft
genomen worden we door een vriendelijke man naar onze zitplaats gebracht. We mogen ergens achter in de zaal in een zijvak plaatsnemen. Wat mij meteen opvalt, is
dat ons vak blijkbaar gereserveerd is voor de wat ‘zwaardere gevallen’. Ik zie vele jonge en oude mensen bij wie chemo zijn sporen heeft nagelaten. Daarnaast mensen met cerebrale parese, spasticiteit en meervoudig gehandicapte broeders en zussen in elektrische rolstoelen, in afwachting van een wonder. In de vakken voor het podium zitten mensen die minder ziek lijken. Ze praten met elkaar, maken grapjes en zijn bij machte om van hun
stoel op te staan om anderen te laten passeren. Ik vraag me af of het zo ook tijdens Jezus’ dagen is gegaan. Bij wie zou Hij het dichtst in de buurt willen zijn?
Wat mij meteen opvalt, is dat ons vak blijkbaar gereserveerd is voor de wat ‘zwaardere gevallen’
Ondertussen bladeren we wat door het magazine dat we bij binnenkomst kregen. Een groot aantal artikelen uit de pen van de wonderdoener. Een serie boeken over het claimen van je wonder en het wandelen in je bestemming zal straks op de boekentafel met fikse korting te verkrijgen zijn. De machtigingskaart met een bijbeltekst over zaaien en oogsten ontbreekt niet. Op het grote scherm zien we een countdown starten. Over vijf minuten gaat het feest beginnen. De podiummist verschijnt, evenals de muzikanten van dienst, die hun ambacht goed blijken te verstaan. Met een volledig gospelkoor als backgroundvocals zwepen ze ons op om vanavond het onmogelijke te verwachten en vooral niet te klein van God te denken.
Ook in ons vak wordt er meegezongen en moed gevat. De spanning in de zaal stijgt wanneer de vooralsnog laatste noot is gezongen en het dito akkoord is gespeeld. De muzikanten verdwijnen in de coulissen. Dit is het moment waarop de Amerikaanse profeet, apostel en genezer Jeffrey John, samen met zijn vertaler het podium betreedt.
Ik had eerder deze week Marcel, mijn vriend en collega voorganger, even om wat achtergrondinformatie gevraagd. Hij gaf aan dat hij de afgelopen jaren op verschillende genezingsconferenties in Europa met John heeft samengewerkt en dat het een heel aardige man is. ‘David,’ had hij gezegd, ‘ik moet zeggen dat ik het afgelopen jaar ook iets anders naar mijn eigen bediening, het wereldje en ook naar deze rondreizende heren en dames ben gaan kijken. Toch denk ik dat het goed is dat je het een keer zelf meemaakt, zonder mijn mening in je achterhoofd. Laat je verrassen.’
John neemt het centrum van het podium in waar hij duidelijk thuis is. Hij is strak gekleed, goed geknipt en verzorgd. Zijn zongebruinde huid doet vermoeden dat er ergens in zijn bagage een bruiner is meegesmokkeld. Hij deelt een aantal getuigenissen over wonderlijke genezingen op eerdere conferenties en drukt ons op het hart dat Jezus vanavond alleen kan werken wanneer wij genoeg geloof hebben. Ik vraag me af wat voor druk het feit dat
hun persoonlijke geloofsbarometer de juiste waarden moet aangeven voor de hemel in beweging komt op de aanwezige zieken legt.
Hij deelt een aantal getuigenissen over wonderlijke genezingen op eerdere conferenties en drukt ons op het hart dat Jezus vanavond alleen kan werken wanneer wij genoeg geloof hebben.
Na dertig minuten preken vraagt John de muzikanten weer het podium op. De synthesizer strings zorgen voor een constant achtergrondgeluid en een tokkelende gitaar doet de rest. De sfeer is geladen. Dit is het moment! De zieken worden uitgenodigd om naar voren te komen, waar John en zijn team met hen zullen bidden. ‘God heeft iets veel beters voor jullie dan een ziek lichaam. Kom en ontvang het wonder!’
Marjolein kijkt Johan hoopvol aan als hij de kleine Salomé op zijn arm meeneemt richting het podium. Voor elk vak bevindt zich een poortwachter, verantwoordelijk voor een soort van laatste screening. Als Johan het vak wil verlaten wordt hij gemaand te blijven staan. Helaas heeft de organisatie bepaald dat de mensen uit dit vak niet tijdens de dienst en de opnames naar voren mogen komen. Vanaf een afstandje zie ik Johan in discussie gaan met de veel kleinere beveiliger en ik zie zijn woede toenemen: hij staat bijna oog in oog met de man, als een soort staredown, en balt een vuist. De geestelijke vrucht van zelfbeheersing is bij Johan overvloediger aanwezig dan bij mij. Ik weet niet of het mij zou lukken om zonder geweld om te draaien en weer naar mijn plek terug te gaan.
Ik zie de vertwijfeling en wanhoop in Marjoleins ogen. ‘Johan, waarom ga je niet naar voren?’
‘We mogen niet, schat. De organisatie heeft bepaald dat de mensen uit dit vak niet op beeld mogen. Als we het op prijs stellen, dan wil John ons na de dienst nog wel bij
de boekentafel ontmoeten en ons de hand schudden,maar veel meer hoeven we vanavond niet te verwachten.’ Terwijl Marjolein haar hoofd huilend van verbijstering en woede tegen Johans borst legt, zet hij de kleine Salomé op haar stoel. Maar ze is niet alleen. Ik zie een Verschijning. Hij heeft haar even stevig in zijn armen en fluistert in haar oor: ‘Het zal snel voorbij zijn, lieverd. Hij wil graag dat je bent waar Hij is, Salomé. Het is er prachtig, neem dat maar van mij aan. De volgende keer dat je mij ziet, mag je met mij mee. Oké?’ Ze kan haar ogen bijna niet van hem afhouden en hij tovert een lach op haar vermoeide gezicht. Hij zet Salomé neer en vertrekt. Ik zie hem hetzelfde doen bij andere mensen in ons vak. Een engel van God die nabij de gebrokenen van hart is.
Als de tranen van Marjolein op zijn, vragen zij en Johan of we kunnen vertrekken, ze hebben genoeg gezien. We zijn allemaal genezen. Op de weg terug zegt niemand iets. Behalve Salomé. Ze wil naar huis, zegt ze. Johan zegt dat het nog maar een klein stukje rijden is en dat dominee hen thuis zal afzetten. Ik krijg echter het idee dat Salomé het over een ander thuis heeft en dat opa hier weleens een grotere rol in kan spelen dan ik tot nu toe heb kunnen vermoeden.
Je las een klein stukje uit De Hemel op Aarde Conferentie: Het Wonderlijke dagboek van een doodgewone dominee. Stuur dit verhaal vooral door naar mensen die er steun aan kunnen hebben.




Opmerkingen