Waar hangt de ketel in jouw kerk?
In de vakantieperiode probeer ik tot rust te komen, dat zal voor velen van jullie gelden. Een paar duizend kilometer verderop leg ik mij neder in een opblaastent om samen met de rest van het gezin plezier te hebben, zaken uit het afgelopen jaar een plekje te geven en nieuwe voornemens te maken. Het schijnt dat de slagingskans van goede voornemens in augustus hoger is dan in het grauwe en natte januari. Elk jaar probeer ik een lijstje te fabriceren en elke zomer daarna kom ik erachter dat ik er maar weinig van gebakken heb. Ik leg de lat vaak te hoog om er daarna ook vrij gemakkelijk aan onderdoor te gaan.
Het moet toch vaak allemaal beter, mooier, sneller dan het jaar daarvoor. Alleen beginnen de jaren te tellen. Zou consolideren of verdiepen niet beter zijn? Ik weet niet of leren preken als Charles Hadden Spurgeon, de prins der predikers, nog wel een realistisch streven is voor deze Friese heraut in de tweede helft van zijn leven.
Het moet toch vaak allemaal beter, mooier, sneller dan het jaar daarvoor.
Tijdens een autoritje hoorde ik voor het eerst hoe de Britse Spurgeon zo’n bruikbaar stuk gereedschap in handen van de Hemelse Timmerman mocht worden. Tot nu was het voor mij een van de best bewaarde geheimen van de kerkgeschiedenis. Zelfs in zijn tijd probeerden jonge theologen en aspirant predikers zijn geheim te ontfutselen. Een beetje zoals men perplex stond over Simsons kracht en inzage wilden krijgen in het hoe en waarom van deze geloofsheld. Wanneer ze zich dan melden bij de Metropolitan Tabernacle in London om de beste man in levenden lijve te ontmoeten besloot Spurgeon een tipje van de sluier op te lichten.
Hij nam hen mee naar de kelder van het gebouw, een paar meter onder de fameuze preekstoel vanwaar hij het evangelie met veel geesteskracht deelde. ‘Broeders, hier is de ketelruimte die het gebouw warm houdt’ vertrouwde hij hen dan monter toe. Alsof ze vuur zagen branden keken ze Spurgeon verbaasd aan. Wat had een ouderwetse bedompte ketelruimte vol gebogen lood en koper nu te maken met het redden van duizenden zielen? Wat niet iedereen begreep is dat Charles zijn voorliefde voor symboliek niet alleen op zondag tentoonspreidde, maar ook tijdens dit soort rondleidingen.
De ketelruimte bevatte namelijk niet alleen vele leidingen en ketels om het imposante gebouw te verwarmen, maar ook steevast 300-500 bidders die voor, tijdens en na de dienst baden voor Spurgeon en andere predikers die in London getuigenis aflegden van de hoop die in hen was. Het succes van zijn bediening was niet voornamelijk gelegen in zijn welbespraaktheid en pakkende illustraties, maar vooral in wat zich afspeelde in de ketelruimte. Waar honderden mensen van diverse pluimage God smeekten om redding voor de duizenden Londenaren die de dienst bijwoonden en kracht voor de Prins der Predikers. Er lag een geestelijk stroomvoorziening, een infuus, van onder naar boven waardoor de sfeer in de gemeente elektrisch geladen was. Spurgeon was slechts het doorgeefluik.
Zelf mocht ik in Tramore (IRL), Dokkum en Burgum Baptistenpredikant zijn. In lijvige visiedocumenten en strategische one-pagers kalkte ik elke keer weer neer dat gebed de motor is van de gemeente. ‘Zonder aanhoudend, gezamenlijk gebed wordt het dit nieuwe seizoen niks lieve mensen!’ sprak ik vanaf de preekstoel.
Herleving zonder gezamenlijk gebed is praktisch onmogelijk. Alsof je jezelf omhoog wil trekken aan je eigen broekriem. Spurgeon en de zijnen hebben mij een voorbeeld nagelaten. Niet alleen op zondag krioelde het in de ketelruimte van de bidders, maar ook op maandagavond waren er soms meer dan 1000 mensen bijeen in eenparig gebed.
Zo voor de tent in Oostenrijk kijk ik op naar de Alpen die onveranderlijk majestueus staan te zijn en besef ik mij dat ik soms als een berg tegen de gebedssamenkomsten opzie. Is dat geestelijke strijd, ben ik te vleselijk of is het de manier waarop we die samenkomsten vormgeven? Vaak maken we een rondje met gebedspunten (de zere heup van broeder Jansma, de teloorgang van de samenleving, een duivels rockconcert zestig kilometer verderop, ander plaatselijk leed) die elke maand weer terugkeren. Dan sluiten we onze ogen en gaan we het lijstje één voor één af alsof we boodschappen wegstrepen op en lijstje. Zouden ze dat in London ook hebben gedaan?
De Amerikaanse evangelist Leonard Ravenhill zei ooit dat je de gezondheid van de gemeente slechts aan één ding kan afmeten. Niet aan de staat van het gebouw, het aantal leden dat op de website vermeld staat of de kwaliteit van het podiumwerk. Nee, aldus Ravenhill wordt de gezondheid van jouw kerk afgemeten aan het aantal mensen dat wekelijks eendrachtig samenkomt tijdens de gebedssamenkomst. Ik geef je even de tijd om dat op je in te laten werken, of zoals ze in Engeland zeggen: ‘Wake up, and smell the coffee!’. Als Ravenhill gelijk heeft en de ketelruimte in London ons ook maar iets te zeggen heeft, staat het er in vele godshuizen bar slecht voor. De bootcamp wint het vaak van de bidstond, de voetbal van het voorbidden.
De Amerikaanse evangelist Leonard Ravenhill zei ooit dat je de gezondheid van de gemeente slechts aan één ding kan afmeten.
Eén van mijn goede voornemens dit jaar is om zoveel mogelijk bij de bidstonden van mijn eigen gemeente aanwezig te zijn. Ook nu ik geen voorganger meer ben, maar gewoon gemeentelid. Wij zijn gezegend trouwens. Tussen de 10-20% van onze gemeenteleden komt trouw opdragen en het afschrikwekkende repeterende rondje persoonlijk klein-leed is bij ons afgeschaft. Bovendien kan ik er lopend naar toe – hoe makkelijk wil je het hebben?
Jouw goede voornemens zien er vast heel anders uit dan de mijne. Maar wat als we nu alvast al de bidstonden van de gemeente vastleggen in onze agenda. Van augustus tot en met mei. Dan kunnen we alle andere verzoeken van mensen en instanties simpelweg afwimpelen door te zeggen: ‘Vanavond kan ik niet, ik pleeg noodzakelijk onderhoud, om ons kerkgebouw warm te houden’. Grote kans dat de impact van dit besluit vele voetbalavondjes te boven gaat.
Ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat ik volgend jaar ergens in Europa voor een tent zit om te constateren dat weer niet alles is gelukt. Maar al ben ik maar succesvol in de helft van wat ik mij voorneem, dan is het al progressie. Trek je dit nieuwe seizoen ook de agenda voor de ketelruimte van jouw gemeente?




Opmerkingen